Boeren zonder kunstmest, hoe dan?

Vroeger

Door middel van deze miljoenen jaren oude samenwerking is er een prachtige symbiose waarbij de organismen water, mineralen en glucose vrijelijk met elkaar ruilen. Een gezonde samenwerking is een gezonde bodembiologie. Een gezonde bodem bevat organisch materiaal zoals dode bladeren, wortels en dieren. Het bodemleven, waaronder bijvoorbeeld wormen, zet dit allemaal om in humus. Humus de accu van de bodem, en houdt heel veel koolstofdioxide vast.

Voorheen dacht men dat kunstmest het bodemleven stimuleert omdat er meer bacteriën groeien. Door de extra stikstof aten de bacteriën meer organische stof, dit leidde tot hogere producties, maar ook tot mijnbouw in plaats van landbouw. Een negatieve vicieuze circel waarin we meer humus gebruiken dan er word aangemaakt. De symbiose tussen planten, bacteriën en schimmels is dus niet alleen mileubewust, het is ook noodzakelijk om een boederij te creeren welke 1000 jaar kan bestaan.

Voor ons bio-boeren is de grond het belangrijkste onderdeel van het bedrijf. Het is immers de bodem waar onze planten in groeien. Door middel van zonlicht en koolstof ontstaat er bladmassa. Je zou het haast een soort goocheltruc noemen, maar dat is het niet. In tegenstelling tot wat veel mensen denken bruist het juist van het leven. Dit leven bestaat uit allerlei organismen die met elkaar samenwerken. Samen zorgen ze ervoor dat de grond gezond blijft. De bodem bij de meeste boeren is in de war geraakt, terwijl het in bossen juist volop in leven is. Hoe komt dat en wat gaan we er aan doen?

Wat is er misgegaan?

Heel lang dacht men dat door menselijk handelen de grond vruchtbaarder en gezonder werd. We ploegden, bemestten en zaaiden er op los. Op de korte termijn is daar natuurlijk veel voor te zeggen. Iedereen die een eigen moestuintje heeft kan dat waarschijnlijk beamen. Maar de negatieve effecten op de langere termijn worden pas sinds een paar jaar duidelijk. Er zijn twee grote factoren die een rol spelen in de verstoring van het bodemleven. Door het veelvuldig toepassen van kunstmest is de grond onder andere verzadigd met zouten en mineralen waar de planten niets mee kunnen. Ten tweede maakt het regelmatig bewerken met grote zware machines de grond compact en ondoordringbaar.

Dat boeren ooit zijn begonnen met het gebruiken van kunstmest is eigenlijk niet zo raar. Er was namelijk een stijgende vraag naar voedsel door de sterk groeiende bevolking, vooral na de Tweede Wereldoorlog. Door kunstmest te gebruiken verdubbelde de oogst en was er weer voldoende eten beschikbaar. Op de korte termijn had het dus alleen maar positieve effecten. Pas nu merken we dat al die kunstmeststoffen een negatieve impact op de landbouwgrond hebben. In voedsel zitten namelijk steeds minder voedzame mineralen. Waardoor wij en onze dieren meer moeten consumeren in combinatie met voedingssublementen. Een neerwaartse spiraal die de gezondheid niet bevordert. Dit gevolg zie je ook in zwakkere planten die gevoeliger zijn voor ziekte en verkeerde schimmels.

Juist minder doen!

Meestal is minder doen beter, minder de grond scheuren (ploegen) minder bewerkingen met machines. Maar wel juist de dieren en stripweiden, het zijn namelijk de koeien (Grazers) die de grassen stumuleren om te groeien, uit te stoelen en door te graven naar nieuwe voedingsbronnen. Bemesting is niet heel spannend, wij merken dat met name de manier van beweiding zorgt voor hoge producties. En niet zozeer de (organische) mest die we in het voorjaar over het land brengen.

Oude plant als als liftschacht

Wat niet iedereen weet is dat planten beter wortelen langs oude wortelkanalen. Door het ploegen vernietigten we deze oude kanalen. Hierdoor hebben nieuwe planten meer moeite met het vinden van hun weg door deze zogenaamde ploegzool. De oude wortels dienen dan als een soort liftschacht. De planten hoeven pas echt aan het werk als ze het einde van het oude wortelsysteem bereiken. Dit zorgt ervoor dat de planten ieder jaar sneller en dieper wortelen, waardoor er meer grond en water beschikbaar komt voor groei.

Geheim zit hem in de samenwerking,

Net als heel veel andere organismen (mensen ook) functioneert een plant nooit helemaal zelfstandig. De groei van een gezonde plant is namelijk een samenwerking tussen de plant en speciale bacteriën en schimmels. Een samenwerking tussen twee of meer organismen waar alle betrokkenen baat bij hebben noemen we een symbiose. Dat kun je zien als een soort ruilhandel. De bacteriën en schimmels zorgen ervoor dat de plant toegang krijgt tot moeilijk bereikbare voedingsstoffen uit de bodem. In ruil daarvoor geeft de plant suikers (in de vorm van glucose) aan de bacteriën en schimmels. Het gaat in dit geval om rhizobacteriën en mycorrhizaschimmels.

Rhizobacteriën

Planten hebben een probleem: hun fijne opnamewortels zijn beperkt in hun capaciteit om voedingsstoffen op te nemen. Ze nemen maar vier tot zeven procent van het bodem in beslag. Deze wortels zijn, bijna net zo dik als een menselijke haar. Ze bestaan maar een week of drie en zijn dus afhankelijk van hulp van buitenaf. Ze gaan daarom op zoek naar een samenwerking. Vinden ze die niet dan sterven ze af. Lukt dat wel dan volgt er een prachtig partnerschap. Dit is het begin van de symbiose. Mineralen zijn voor planten erg moeilijk om uit de grond vrij te maken, maar rhizobacteriën zijn daar juist erg goed in. Ze scheiden een zuur uit waarin de mineralen oplossen, vervolgens eten ze zich vol met dit mineraal en verhuizen ze naar de suikerrijke omgeving van de wortel. Hier leven ze lang en gelukkig, als ze sterven opend het membraam met de mineralen en komen deze beschikbaar voor de plant.

Daarnaast doen de bacteriën nog veel meer belangrijke dingen. Ze vormen rondom de wortels namelijk een natuurlijk afweersysteem. Dit systeem noemen we de rhizosfeer. Hiermee weerstaat de plant belagers zoals ziekmakende bacteriën. Maar net als de plant hebben ook de bacteriën hulp van buitenaf nodig. Ze zijn namelijk helemaal niet goed in het afleggen van afstanden. Ze leven alleen maar dichtbij de wortels, terwijl de meeste mineralen verder weg liggen. Hier komen de mycorrhizaschimmels om de hoek kijken.

Mycorrhizaschimmels

Deze speciale schimmels vergroten het opnamebereik van de plant drastisch. Dat klinkt hypermodern maar het is in feite het internet van de bodem. Door de modernisering en industrialisering van de landbouw zijn we deze handige organismen uit het oog verloren. De schimmels zijn nog maar sporadisch aanwezig in landbouwgrond. Dat is erg slecht voor het bodemleven en de kwaliteit van en de benutting van de grond. De schimmels leven namelijk in een hechte symbiose met de plant en de rhizobacteriën. Ze maken een levende verbinding met elkaar en creëren zo een uitgebreid organisch opname- en transportnetwerk van voedingsstoffen en mineralen. Ze zijn daardoor essentieel voor een gezonde plantengroei. In feite zijn ze net zo normaal voor planten als de bladgroenkorrels in de bladeren.

Hoe nu verder?

Net als dat de planten samenwerken met schimmels, zouden wij als veeboeren de symbiose weer moeten opzoeken met de akkerbouwers. Een soort gemengd bedrijf maar dan op regionaal gebied. De veeboer beweid de akkers welke tot rust moeten komen en produceren melk en vlees. De akkerbouwer voorziet op zijn beurt de consumenten van akkerbouwgewassen.

Het antwoord op de vraag hoe we de bodem weer moeten verbeteren is dus simpel: de grond verbetert zichzelf. De planten en met name grasland zelf zijn de echte bodemverbeteraar. Een gezonde grond creëert een gezonde opname die zichzelf volledig afstemt op de organische meststoffen. Dit natuurlijke systeem zorgt voor gezonde planten die gezonde groentes produceren. Wat we met de bodem doen heeft dus een direct effect op het milieu de voedingswaarde en de gezondheid van ons voedsel.

Met vriendelijke groet Bartele Holtrop (Boer Bart.)

Voor meer informatie en een visuele uitleg. 

Help onze boerderij naar 1000 jaar en meer... Deel dit bericht

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *